07-02-18

RAAF

RAAF

1   Oude Engel

De kou rook naar grijs, maar de lucht zat blauw als wintermelk toen Oude Engel zin kreeg in een bord erwtensoep. Even later baadde hij in de kunstmatige warmte van kaffaat Rokade. Net voor Otto zijn tafeltje naderde, besloot Oude Engel het op een donker bier te houden.
'Erwtensoep,' zei hij dan toch maar tegen Otto, uit pure gewoonte. Die knikte niet verbaasd, want Rokade stond bekend om zijn erwtensoep.
'En voor Eliott graag twee partjes oude kaas.'
Otto glimlachte naar de raaf op de linkerschouder van Oude Engel.
'Kaasje! Kaasje!' kraste die.
'Juju, ik rep me al, pluimvee.'                

In Rokade was het rustig. Een jonge copywriter prepareerde een trompetje wiet voor straks buiten en klapte dan zijn laptop open. De vrouw aan het raam die elke voormiddag twee whisky's dronk, bladerde door totoformulieren.
'Haasje-repje!'
'Snavel dicht, ongedierte,' mompelde Oude Engel zijwaarts. 'Gedraag je.'
Soep en kaas kwamen eraan. De vogel en de man verdiepten zich in spijs en drank. Zoopjesman Otto ging gedachteloos op zijn tapkranen leunen.

Het was donderdag 29 februari, 1 minuut voor 10, in Maranga, de hoofdstad van het broekland langsheen het Duivelslint. 30 kilometer westwaarts lag de zee. Achter dit hinterland was Maranga de eerste grote stad die het binnenland ontsloot. Daartussen had je dorpen en veel drassigheid, aan de kust wat stadjes met esplanades om te flaneren, schreeuwende meeuwen en aanslibbing van dagjesmensen in het hoogseizoen.

Oude Engel keek op zijn horloge. Hare Witte Merelachtigheid kon nu ieder ogenblik opdagen.
'Zo tegen tienen,' had ze gezegd, totaal overbodig, want elke donderdag kwam ze naar kaffaat Rokade op hetzelfde uur.

2    Witte Merel

Elf jaar lang was Witte Merel de frontvrouw geweest van de rockgroep ACE. Daar kwam een abrupt einde aan toen de voltallige groep bij een fotosessie door de plankenvloer van de vliering van de Duivelsmolen zakte en ettelijke meters naar beneden kukelde, materiaal inbegrepen. Dankzij die foto's werd ACE even echt beroemd, maar met de muziek was het definitief gedaan: twee van de vijf groepsleden hielden aan de val levenslange letsels over en één overleefde het zelfs niet. Voor de frontvrouw viel het nog mee; haar lijf kon met redelijk succes worden opgelapt met enkele stukken kunstmatige materie.

Witte Merel likte haar wonden. Boeken, wodka en sigaretten hielpen haar daarbij. Ze hield zich ook schrijvenderwijs overeind. Alle ACE-'lyrics' die ooit op alle 315 ACE-concerten werden meegebruld, waren van haar hand. Na de Duivelsmolencrash annex noodgedwongen opdoeken van ACE bedreef ze gedichten, reclameteksten en al vlug ook een wekelijkse column in AHA! Maranga's Magazine (popunaampje: de Ahmama!), wat ze aan hoofdredacteur Oude Engel te danken had. De AHA! Maranga's Magazine was gezellig ouderwets en nieuwlichtend. Elke vrijdag konden zowel de underdog als de grijze meerderheidsmuis er zich in vinden. Met zijn oplage van 40 000 exemplaren voor stad en omgeving had de Ahmama! zich al 18 jaar lang een vaste stek verworven tussen de klassieke landelijke kranten met hun streeknieuwskaternen en de andere magazines. Vandaag, donderdag 29 februari om halfelf, kwam Zwart Hart solliciteren naar een plaats in de kernredactie van de AHA! Dat zou gebeuren in kaffaat Rokade, waar Witte Merel klokslag 10 uur de deur openduwde, zoals elke week. Mick Mauser, haar partner en fotograaf voor onder andere de AHA!, kon er niet bij zijn wegens persconferentie.

3   Zwart Hart

Zwart Hart zat ooit in de gemeenteraad van Maranga, eind jaren 80 en begin 90.  Zijn toenmalige partij, de Maranga DefusioneringsPartij (MDP), leverde niet minder dan vier raadsleden. Driekwart van de stemmen kwam natuurlijk van de omliggende, opgeslorpte dorpen. Die zagen dat gedachtegoed wel zitten. Sinds 1977 waren ze door Maranga 'gefusilleerd', zoals ze het noemden. Zwart Hart en zijn vreemde partij ijverden voor nieuwe kleinschaligheid. De fusioneringen overal te lande, daterend van 1977, waren volgens hem nefast voor zowel het stads- als het dorpsleven. De vreugde was van korte duur. De MDP viel uiteen door geruzie tussen kleine dorpsgodjes die allemaal weer burgemeester wilden worden en amoureus gescharrel. Bij de daaropvolgende verkiezingen werd vrijwel iedere MDP'er verruimingskandidaat op een andere politieke lijst. Zwart Hart zelf slaagde erin stadsdetective van Maranga te worden. In de bloeiperiode van de MDP had hij die functie weten te creëren, helaas niet fulltime invulbaar. Hij zwierf betoelaagd over pleinen en in straten en genoot voor de rest ook nog wat geldelijke steun van staatswege. Zo kon ie wel weer. Een fijne kerel, maar de stadskas kon hem onmogelijk het volle pond betalen. Ze waren ook wel een beetje pissig daar in het stadhuis omwille van zijn MDP-verleden.

En dus stapte op donderdag 29 februari om 10:30 Zwart Hart handenwrijvend de warmte van Rokade binnen. Zijn ogen zwiepten even als een vuurtorenlicht door het interieur. Dan zag hij de AHA!-drievuldigheid aan een van de verste tafeltjes zitten: Eliott de raaf, Oude Engel en Witte Merel. Mick de fotograaf was alsnog afwezig. Zwart Hart schraapte zijn keel en wuifde ten teken van herkenning.

4   Mick Mauser

5 voor 12 kwam fotograaf Mick Mauser binnen. Hij drukte zijn lippen tegen die van Witte Merel, gaf Oude Engel en Zwart Hart een hand, aaide Eliott over de kop en schoof een stoel bij.
'Saai?' informeerde Oude Engel. Mick Mauser knikte.
'Welkom bij Ahmama!' zei hij tegen Zwart Hart.
'Dank je,' deed die verrast.
'Hij komt er toch bij, hé?' vroeg Mick, zich tot de anderen wendend.
'Dat beslisten we vorige week al,' glimlachte Oude Engel.
'Ahààhh,' kreunde Zwart Hart gemaakt.
'Blijf je ook stadsarend?' informeerde Mick.
Zwart Hart knikte: 'Stadsarend en onderzoeksjournalist. Ik heb er alles voor over om van AHA! Maranga Magazine een goedlopend blad te maken. Het is ook een gedroomde fusie: ik loop beroepshalve al jaren met ogen op mijn rug in de stad rond. Met andere woorden: voor Ahmama! kan ik zowat de goede bron zijn waaruit alles wordt vernomen.' 
'En mag dat van je andere patron?'
'Geen probleem. Er is over gepraat.'
'Nou,' zei Oude Engel, 'dat is dan rond. Het kan wel vaker gebeuren, Hart, dat we je op pad sturen voor het werven van advertentie.'
'Ik wil zelfs de kust afschuimen in verband met afgeprijsde behaatjes of een zonnebrandcrème-actie,' declareerde Zwart Hart nogal plechtig. 'Mag ik jullie een goed glas offreren? Een oude porto bijvoorbeeld? En wat drinkt de raaf?'
'Porto fietst er nu wel in,' knikte Oude Engel. 'Maar Eliott drinkt niet.'

Mick Mauser wuifde naar Otto, voor Zwart Hart aanstalten kon maken in dezelfde richting.
'Journalisten laten alles aanrukken,' glimlachte hij. Zwart Hart knikte begrijpend.
'Elke donderdag hebben we hier in Rokade een tweetal uur een zittend beroep.'
'Die zit,' zei Hart. 'Zoiets had in de column van Witte Merel kunnen staan. Ik lees die elke week, jaren al. Dat is verdomd niveau!'
'Tussen de regels staat het belangrijkste,' merkte Mick Mauser op. 'Zoals bij een foto: het echte verhaal gebeurt net buiten beeld. Er is altijd wel iemand die net op dat ogenblik even met de ogen knippert of opzij kijkt.'
'AHA!' kraste Eliott. 'AHA!'
Otto bracht de porto en begaf zich daarna naar het tafeltje van de vrouw die elke voormiddag twee whisky's dronk.
'En, Marie-Lena?'
Die hief een krijtwit aangelaat naar hem op.

5   Marie-Lena

Zes, nee: zeven kruisjes konden je leven veranderen. Het lot had toegeslagen. Met ogen groot van verbijstering staarde Marie-Lena beurtelings naar haar glas en naar Otto. Die graaide in het bundeltje totoformulieren.
'Nee, hier,' wees Marie-Lena. Een velletje lag apart. Otto greep naar zijn bungelende bril en zette die op.
'4, 7, 9, 18, 23, 27, (5). Ja, en?'
Marie-Lena wees naar de krant: 'Onderaan links.'
Otto boog zich voorover en tuurde vergelijkend naar het totovelletje en het linkerhoekje in de krant.
'Wel heilig Toledo!' mompelde hij dan, terwijl hij zich met een gezicht bol van verbazing tot het andere volk in kaffaat Rokade wendde.
'Welhebjevanje… '
Marie-Lena trok aan zijn mouw: ''t Is toch . . . 't Is toch zo, hé?'
'Maar ja!' riep Otto uit. 'Maar ja! Of…  Dit gaat toch over de trekking van gisteravond, hé? En dat is wel degelijk de krant van vandaag?!'
Marie-Lena knikte stom en barstte dan in snikken uit.
'Ochheregodtoch!'
Iedereen in kaffaat Rokade keek nu naar de huilende vrouw met het lege glas voor zich. Otto staarde als van de hand gods geslagen beurtelings naar haar en naar de anderen, opende zijn mond, sloot die weer, en zei toen: 'Een dubbele whisky, Marie-Lena?'
'Tournée générale,' snikte ze ontredderd.

'Een drankprobleem?' opperde Zwart Hart, toen Otto hun tafel passeerde.
'Eh…' deed Otto. Zijn hart bonkte als een drumstel. 'Marie-Lena daar heeft…'
'O!' wees Witte Merel. Ze sloeg een hand voor haar mond. 'Vlug!'
De vrouw die elke voormiddag twee whisky's dronk, zakte met uitpuilende ogen opzij. Haar hoofd bonkte met een doffe klap op de houten zitbank. De copywriter en de uitgebreide Ahmama!-redactie sprongen op en snelden ter hulp. Eliott klapwiekte verschrikt op en ging verontwaardigd op de schenktoog postvatten. Otto bleef als aan de grond genageld staan.
'Ze is dood,' constateerde de copywriter.
'Was er iets met haar?' vroeg Oude Engel, zich tot Otto wendend. 'Ik merkte…'
'Ik snap het niet,' antwoordde Otto schouderophalend. Hij naderde het tafeltje nu ook. 'Ze voelde zich onwel. Ik wou haar helpen, maar ze vroeg nog een whisky. En toen begon ze plotseling te huilen.'
'Je bent er van geschrokken, hé?'
'Zeg dat wel,' knikte Otto met een hoofd als een biet. 'Eh… ik bel Spoedgevallen. Iedereen nog wat te drinken ondertussen?'
Ze knikten. Otto graaide de krant en de totoformulieren bijeen en haastte zich naar de telefoon. Hij zat met een probleem.

6   De copywriter

Thuis liep mama in de weg. Daarom verliet hij elke voormiddag enkele uren zijn 'kantoor' in de ouderlijke woning te Maranga.
'Klanten werven, mama: noodzakelijk.'
'Om twaalf uur eten we, jongen.'
'Tot straks, mama.'
Soms reed hij doelloos in het hinterland rond. Soms hield hij halt ergens langsheen het Duivelslint. Soms ging hij schuilen.

In kaffaat Rokade nam hij zijn karige correspondentie door.
'Uw schrijven d.d.' 'We hebben in goede orde.' 'Onder onze aandacht.' 'In de toekomst een beroep op PROPACAMP te doen.'
Omzichtig en geruisloos scheurde hij envelop na envelop middendoor, bang dat de andere kaffaatbezoekers het zouden merken.  Zuchtend klapte hij zijn laptop open. Hij roerde even in zijn koffie en staarde naar de pictogrammetjes. Gelijk passeerden op het scherm in zijn hoofd indrukwekkende lichtreclames.
PROPACAMP NU OOK BEURSGENOTEERD.
UW PRODUCT VAN A TOT Z BEGELEID.
PROPACAMP MAAKT HET VERSCHIL VOOR U.
Ach, het was elke dag weer opbiggen tegen overbodigheid. Tekenaars en ontwerpers hadden zich meester gemaakt van de reclameschrijverij. Knoeiers met letters; tovenaars met lijnen. De copywriter loerde even naar de zwarte vogel op de schouder van de man.
'Haasje-repje!' riep die plotseling. De man mompelde iets en de vogel zweeg. Ze kregen soep en kaas. Witte Merel, de ex-zangeres van ACE kwam binnen. Ze ging aan het tafeltje van de man zitten, de hoofdredacteur van AHA! Natuurlijk, ze had er een column in. Hij concentreerde zich weer op het scherm. Daarna, om zijn ogen wat rust te geven, observeerde hij de vrouw aan het raam. Die had hij hier al vaker gezien, net als die vogel en de man overigens. Ze hield zich onledig met een stapeltje totoformulieren en een onwillige krant waar ze blijkbaar onverrichterzake in bladerde. Even later kwam de stadswacht binnen, ex-MDP'er Zwart Hart. Hij begroette het AHA!-tweetal en voegde zich bij hen. Verdomme, moest hij, de copywriter, daar niet zitten? Met gefronste wenkbrauwen gebaarde hij om nog een koffie en staarde dan weer naar zijn scherm. Ingespannen peuterde hij aan een saaie tekst over mogelijkheden met aluminium. Rond kwart voor twaalf besloot hij balorig niet tijdig thuis te komen; hij wenkte met voorbedachten rade om een sherry. Mama kon even de pot op. Toen kwam die persfotograaf binnen; het werd nog gezellig in Rokade. Hij bracht leven in de brouwerij, vooral aan dat AHA!-tafeltje. Nog wat later viel er een dode in kaffaat Rokade. De copywriter was er als eerste bij, want hij had de jongste benen.

7   Otto

Marie-Lena was echt wel doodgewoon dood. Hemelsblauw zwieplicht kleurde de ramen van kaffaat Rokade. Terwijl Eliott de raaf als een sfinks toekeek, werden vragen gesteld aan de donderdagklanten. Otto droeg met bevende handen drankjes rond.
'Regelrechte kopij vlak voor onze neus,' mompelde Oude Engel. 'Maar AHA! is geen pulpblad. Jammer, voor een keer.'
Mick Mauser daarentegen wond zich stevig op omdat hij geen foto's mocht nemen. Witte Merel suste haar kerel: 'Je moet toch geen doden vereeuwigen,' zei ze. 'Dat kun je niet maken.'
Hij moest er uiteindelijk om lachen. De copywriter kon maar dezelfde antwoorden geven als de anderen: twee whisky's, de tranen, een krant.
'Misschien had ze wel iets ontzettends in de krant gelezen, iets wat haar persoonlijk een opdoffer gaf?'
'Misschien.'
Die krant werd doorbladerd. Otto zweette water en bloed.
'Je ziet er echt niet goed uit, Otto. Zet ik de deuren wat open? Ga daar even zitten.'
Otto knikte en zonk op een bank neer. Ambulancedeuren klapten open en dicht.
'Hm. Zou ze te veel gedronken hebben?'
Rampnieuwsgierigen troepten op het trottoir samen.
'En ze maakte plotseling zoveel misbaar, en toen begon ze hardop te huilen, en vlak daarna… '
Otto vreesde dat zijn hart het ook zou begeven. Pas nu besefte hij dat hij zijn brilletje nog op had. Vlug rukte hij het van zijn neus en liet het ter hoogte van zijn pompend hart bungelen. Het schemerde hem voor de ogen.
'Gaat het wel, Otto?' informeerde Zwart Hart, hij kapte een whisky achterover.
'Pff… '
Toen het waas van voor zijn ogen weer verdween, hield hij angstvallig die krant in de gaten. Die lag open gespreid op de ronde tafel midden in het café. Ginds naast de telefoon lagen de totoformulieren, met bovenop het stapeltje het bewuste velletje. Maar niemand schonk daar enige aandacht aan. Had nu echt niemand… ? Het duizelde hem weer. Toen vloog die verdomde raaf plotseling op.
'Haasje-repje!'
Iedereen schrok zich een bult.        

8   Eliott

In de boeken over onze gevederde vrienden staat geschreven dat de laatste raaf die in onze contreien broedde gesignaleerd was omstreeks 1919. Maar het ravenvolkje was gedurende de turbulente 20ste eeuw zo slim geweest zich terug te trekken in voor mensen onbereikbare en onzichtbare biotopen. In te veel oorlogen sneuvelden immers te veel vogels door verdwaalde kogels. Dus besloten de raven zelf verdwaalde vogels te worden, met voorbedachten rade. Een enkele raaf, nazaat van die raaf uit 1919, zocht in alle stilte het gezelschap op van een begrijpende ziel in een mens van goede wil. Zo haalde Eliott de raaf zelfs de 21ste eeuw. Hij landde ooit in de tuin van Oude Engel. En algauw werd diens linkerschouder zijn vertrouwde thuishaven. De vrienden van zijn baas werden ook zijn vrienden.
Hij leerde zelfs wat spreken. Eliott beheerste gaandeweg de getallen, enkele zelfstandige naamwoorden, een paar scheldwoorden en noodzakelijke bevelen. AHA! Maranga's Magazine had er natuurlijk al eens een uitvoerige reportage aan gewijd. Eliott was er zowat de mascotte van geworden.

De inktzwarte vogel scheerde rakelings boven de onthutste koppen, griste bij de telefoon de bovenste totovelletjes in zijn bek mee en verdween door de openstaande achterdeur in het weidse zwerk boven Maranga.

9  Allen

- OE: Eliott! Getverderrie!

- Otto: MAAR ALLEZ!!!

- WM: Wat krijgt die nu?

- OE: ELIOTT!! ELIOTT!!

- ZH: Straks wordt iemand getroffen door een verdwaalde vogel, haha!

- MM: Subiet gaan er zich een paar een ongeluk schrikken, ja.

- Copy: Heb je dat gezien? Hij pakte verdorie die lottoformulieren mee!

- Otto: Eksters staan verdorie bekend als dieven!!

- OE: Maar Eliott is een raaf. Getver, da's nu echt de eerste keer dat…

- ZH: Eliott is Marie-Lena achternagevlogen.

- WM: Hij heeft de hele tijd op de toog gezeten.

- Copy: Waarom moest die eh… die vrouw zo plotseling huilen? Ze leek helemaal van slag.

- MM (mompelend): Het belangrijkste gebeurde natuurlijk weer nààst de foto. Zoals gewoonlijk.

- Otto: Eh… ze had er weer een te veel op, denk ik.

- WM: De vogel is gevlogen. Wat een voormiddag.

- ZH: Zouden we de stad niet gaan afzoeken op zoek naar die lottodinges? Jouw raaf kan toch lezen en rekenen hé, Oude Engel? Volgens mij heeft hij iets ontdekt.

- Copy: Dit wordt weer een verhaal met een open einde.

- Otto: Geen sprake van, jongeman! Kom eens allemaal nader. Ik heb jullie wat te vertellen. Er is geen tijd te verliezen.

Vier minuten later haastten Oude Engel, Witte Merel, Zwart Hart, Mick Mauser, de copywriter en Otto zich kaffaat Rokade uit. De kou rook naar grijs, maar de lucht zat blauw als wintermelk.

Eliott de raaf wiekte over Maranga met het miljoenenpapiertje in zijn bek. Boven de winkel van kaasmeester J. Vos liet hij los. Het totoformulier zeilde langzaam en een beetje gek naar beneden. Eliott scheerde het in duikvlucht voorbij en zette als een kamikaze koers naar kaasmeester Vos, waar hij postvatte op de trottoirband. De mensen stoven geschrokken uiteen. Zo'n grote zwarte vogel hadden ze nog nooit gezien. Niet hier. Het winnende totovelletje dwarrelde iets later en iets verder op een immer groen perkje neer.

De zoon van kaasmeester Vos maakte het af met zijn lief. Dat gebeurde in het perkje niet ver van de ouderlijke woning. Het was voor veel jongelui uit Maranga de geëigende biotoop voor ontluikende en afbladderende liefdes. Pubers harpoeneerden er hun tong in meisjesmonden. Scholieren frunnikten er aan elkaar op banken en tussen struiken. Het meisje fietste huilend weg. Arne Vos stond op van de bank. Toen enterde zijn blik een neerdwarrelend velletje papier. Hij keek verbaasd omhoog en raapte dan het vodje op.