12-01-18

DOBBERMAN

DOBBERMAN OF EEN MAN MET BALLEN


Er glijdt een dure zwarte auto door Marshall Street in Syracuse, New York, zacht spinnend en statig traag alsof hij naar iets apocalyptisch op weg is, ofwel naar iets feestelijks. Zijn vreemde ovalen ramen lijken op gesperde ogen. Het vlies van zo’n oog daalt nu langzaam naar beneden en er verschijnt een korte geweerloop. Van het rookwolkje dat er op volgt, zijn we niet zeker. Evenmin van een knal. Wel van de man die met gekke gebaren eerst over het trottoir weg lijkt te zeilen, even ontsnappend aan de zwaartekracht, alsof hij die laagvliegende duif wil grijpen, en daarna als een dronken ledenpop naar de grond duikt, toch toegevend aan de dwingende wetten van de fysica. Nu sluiten alle oogleden van de zwarte moordmachine zich in snel tempo, statigheid wordt geluidloze vaart en voor de gillende en uiteenstuivende mensen van hun verbijstering bekomen zijn, is hij uit het zicht verdwenen.

We mogen niet vergeten de weersomstandigheden te omschrijven: stugge droge warrelwind harkt de haren steil achterover of blaast die full speed plat in de tegengestelde richting. Soms doen die twee bewegingen zich binnen de seconde op één hoofd voor. De ijsadem van de dood heeft zich inmiddels over de neergeschoten man ontfermd. Hij ligt in zwemhouding op het trottoir, met zijn navel naar de kern van de aarde gekeerd. Gestold in de tijd. Dobberend op het aardoppervlak. Om zijn aflijvigheid heen buigen zich levende lijven als vraagtekens; van hem heen vluchten getuigen met kinderen aan hun hand die voortdurend achterom kijken. Het gegil wordt nu vervangen door verward geschreeuw; een geknielde man gebaart naar een vrouw dat ze moet gaan bellen.    

Volgen we nu verder de dure zwarte auto, die we eigenlijk ook als ‘lijkwagen’ mogen bestempelen. Het is een speciaal op verzoek ontworpen model Cadillac met ovale ramen en een ruime koffer. De eigenaar, Zachary Dunowh, haat namelijk alles wat vierkant of rechthoekig is. Als er geen andere mogelijkheid bestaat, gedoogt hij afgeronde hoeken. Ovaal geniet zijn voorkeur. De kofferruimte is ook belangrijk. Er moet een lichaam in kunnen, vergezeld van ten minste zes bowlingballen van ieder 7,2 kilogram met een diameter van 21,6 centimeter. Vervolgens kan evenmin het belang ontkend worden van een kilometerslang hobbelig en bochtig wegje vol bulten, putten, kuilen en oneffenheden. Na zo’n rit is de kofferinhoud – puur zakelijk, niet persoonlijk – geblutst en gebuild. Zo de dood al niet is ingetreden, dan loert die op een hanenschrede. Er kan alsnog een handje toegestoken worden. Bij dumping van de kofferinhoud zullen de spoorzoekers zich het hoofd breken over de doodsoorzaak.

Verlaten we thans samen met deze Cadillac de straten van Syracuse, New York, even richting I-81, altijd maar verder, tot we rustiger wegen berijden. Nou, wat heet rustig! Er zitten vier man in de auto. Zachary, Cy, Addison (die aan het stuur zit) en Camron hebben enkele zaken gemeen: één lichaam plus zes bowlingballen in de koffer en een sigaar model Corona tussen hun lippen of hun vingers. Ze kunnen maar heel gedempt het kabaal in de kofferruimte horen; er is voor luxe gezorgd bij het ontwerpen van de Cadillac. Zachary heeft op geen dollar gekeken om zijn speciale wensen kracht bij te zetten en werkelijkheid te zien worden.

Eigenlijk bevinden er zich dus vijf man in de auto. De vijfde zit niet. Hij ligt. Zijn handen zijn met een vreemde strik aan zijn broeksriem achter op zijn rug gebonden en zijn voeten worden strak bijeengehouden door een stevige rubberen spanner. Zijn mond is dubbel afgesloten met een prop en een kleefband die tweemaal helemaal om zijn hoofd heen is gewikkeld. Hij rolt. Hij wordt gerold. Hij wordt bekogeld. Hij raakt gekneld. Naarmate de rit vordert, gaan de bowlingballen steeds heviger tekeer.   

De man in de koffer is de broer van de dode man in Marshall Street in Syracuse.
Nu weten we ook wie de dode man op straat is. Hij is de broer van de man in de koffer, die straks ook dood zal zijn.

Met de beide kerels wordt op dezelfde dag afgerekend, 06 juli 1953. In een gulle bui trakteert Zachary Dunowh met sigaren. Ze hebben het verdiend. Straks nog dumpen en schoonspuiten. En dan terug naar Strong Hearts Cafe, voor een lekker glas en een stevige hap, nadat de Cadillac bij Lachlan Parker gestald is en vervangen door de Mercury. Misschien een partijtje bowlen achteraf.

De murw gebowlde man wordt enkele dagen later in de Seneca River aangetroffen, in slow motion dobberend en deinend, met zijn gezicht in een permanente doodskus met het wateroppervlak gewikkeld.

‘Weer een strike dus?,’ vraagt chief constable Waterston. Met krakende knieën komt wetsdokter Shields overeind. Hij knikt beamend.
‘Het is verdorie de broer van die kerel die vorige week in Marshall Street, Syracuse is afgeknald,’ zegt collega constable Patterson verbaasd, nadat een maritiem kikvorsagent de kleren van de dobberman doorzocht heeft en hem een portefeuille overhandigt. ‘Dat was een heuse genadige bull’s eye. Maar dit hier zijn ongenadige ball’s eyes.

Samen knielen Shields en Waterston andermaal voor de overledene neer.
‘Sigaar?’
‘Waarom niet.’

De commentaren zijn gesloten.