13-07-16

ZOUTE-WATERGEM

HERFST IN ZOUTE-WATERGEM

 

Bussen volgestouwd met dagtoeristen op weg naar de Vlaamse Ardennen of een stuk Mooi Wallonië stopten hier soms. ‘Pitstop’, hijgde de reisleider dan door de microfoon. Mensen met volle blazen stapten uit. Plassen maar. Een bosschage onttrok de nabijgelegen heuvel aan het zicht. Hier was niets te zien, niets te koop. Dit was nergens. Wildplassen vormde hier het opperste genot, begeleid door de permanente dreun van de autostrade. Halte Zoute-Watergem: zijn niets, zijn plaspauzes, geen bronnen, geen grotten, geen heiligen.

En toch.

Ooit was Zoute-Watergem van strategisch belang. Getuige daarvan waren de vele gewapende bezoeken van vreemde stammen en mogendheden in de loop der eeuwen. Zoute-Watergem vlijde zich namelijk op de flanken neer van de enige molshoop in deze waterrijke lage streek. Deze heuvel vormde het voorportaal op een Mooier Vlaanderen, dat al vaker in toeristische brochures verscheen. Het stadje was vooral bekend voor zijn waterlopen omheen dit bergje en voor tweemaal twee verdwenen watermolens. Een gepensioneerde lector Aardrijkskunde aan een hogeschool, die in de nadagen van zijn carrière zelfs even Geografie doceerde aan de universiteit, ijverde voor de heropbouw van minstens één waterrad, maar dat was vechten tegen de bierkaai, met name allerlei instanties die ook ijverden voor industrieel en cultureel erfgoed en elkaar voortdurend in de weg liepen. De enige die ooit concreet toehapte en stappen ondernam, was de zaakvoerder van een lokaal middelgroot houtbedrijf aan de andere kant van de heuvel, maar in de naweeën van de economische crisis ging het bedrijf door een teveel aan wanbetalers overstag. De plannen van oud-lector Luc V. vielen hierbij definitief in het water. Hij behielp zich dan maar met het schrijven van een boek over het Verdwenen Zoute-Watergem, waarin de watermolens een centrale plaats kregen. Dat zette toch ietwat de kroon op het werk. Het was echter moeilijker dan verwacht. Bij bekende uitgeverijen ‘paste het niet in het fonds’, tenzij het om een drukopdracht zou gaan. Nee dus. Ze groeiden niet op zijn rug. En toch zou zijn levenswerk er komen. Luc V. ging uiteindelijk voor een publicatie in eigen beheer, met een VZW-voorintekenlijst, verwijzend naar de titel van het boek: Verdwenen Zoute-Watergem. De auteur bleef niet bij de pakken zitten en voerde een intense pr-campagne op en rond de heuvel. Het werd een succes: 734 exx.! Het boek kon opgehaald en betaald worden in drukkerij Debaere. Je kon er ook voor kiezen naar de officiële voorstelling te komen en het daar te kopen. Meteen gesigneerd, desgewenst.

Bij een grondige leesbeurt, waarbij men het ding helemaal open spreidde, hoorde je wat licht gekraak ter hoogte van de rug. Even later lieten enkele bladen los. Zes van de 734 kopers protesteerden daar even tegen. Ze ontvingen prompt een vers exemplaar van Luc V., waar al net zo prompt enkele bladen uit zeilden wanneer ze het boek proefondervindelijk openvouwden en omgekeerd even dooreenschudden. Meer kon Luc V. niet doen; de voorraad strekte maar tot 750 exemplaren en de bibliotheek had beloofd er nog tien aan te schaffen. Vreemd toeval: telkens betrof het de bladen waarin het over de verdwenen watermolens ging. De hoofdstukken over het strategisch belang van het stadje en de vele gewapende bezoeken bleven intact.

Bij de voorstelling van Verdwenen Zoute-Watergem in OC De Waterheuvel eind van de milde meimaand las Anemoon Iemant voor uit het boek. De lerares Woord & Voordracht (die eigenlijk Leen Depelser heette, Anemoon Iemant was haar pseudoniem) had gekozen voor een fragment over de oude muziekschool, waar in de Eerste Wereldoorlog een Duits lazaret was ondergebracht. De passage over gewonde soldaten die geplette luizen als schoensmeer gebruikten, maakte indruk. Na een muzikaal intermezzo door dwarsfluitiste Veerle S. las Anemoon enkele zelfgeschreven gedichten voor over de watermolens die er niet meer waren. Bij het eerste glasgerinkel begonnen de kopers aan te schuiven voor een handtekening van de auteur. Een leuke file ontstond, bijzonder deugddoend voor de auteur, die zijn chique Cross-vulpen meegebracht had. Hierbij zag je af en toe bladen op de grond dwarrelen, alsof het herfst was. De oranje hostessen die met de dienbladen rondgingen, stapten er eerbiedig over. De getroffen koper bukte zich daarna om het verloren hoofdstukje weer op te rapen en te adopteren.

‘Bij een digitale publicatie heb je dit niet, ha ha!’ (Een voorloper)
‘Bij een serieuze uitgeverij ook niet.’ (Een kwade tong)
‘Bij deze VZW dus wel.’ (Een droge humorist)
‘Naaien, binden, niet lijmen!’ (Een vakman)
‘Boekhouderslijm is sterk.’ (Een betweter)
‘Moet het niet zijn: boekbinderslijm?’ (Een kenner)
‘Bladhouderslijm ware beter!’ (Een grapjas)
‘Slijm! Nog beter!’ (Een kloothommel)
‘Die watermolens willen er echt weer uit hé.’ (De bibliothecaresse)
‘De bladluizen hebben eraan gezeten!’ (Een woordspeler)
‘Die bladeren zijn nog niet droog!’ (De broer van de woordspeler)

Het grapje van de bladluizen, mede aangewakkerd door de voorleesbeurt van Anemoon Iemant, verspreidde zich als een lopend vuurtje. Nog erger: in de drukte van de receptie die volgde (witte en rode wijn, bier, fruitsap), werden een tiental losgekomen bladen nu helemaal niet meer opgeraapt en ongenadig vertrapt of met de schoenpunt achteloos opzijgeschoven. Op sommige exemplaren zag je de stempel van een schoenzool. Hakken hielden ook huis onder de gesneuvelde bladen. De auteur keek verbijsterd toe. Mensen die daarnet om een handtekening hadden gevraagd (‘Voor Mireille, veel leesplezier’, ‘Marcel: van harte’), stonden nu onachtzaam op de gevallen bladen te trappelen, sommigen alsof ze met hun voeten druiven aan het pletten en het persen waren. Wanhopig wendde hij een paar keer zijn blikken uitdrukkelijk en dwingend naar de grond, maar ze snapten het niet.  

Op tafeltjeshoogte deden zich ook drama’s voor. Om de handen vrij te hebben, deponeerden diverse mensen hun boek tussen de vettige knabbelschalen, gebruikte servettenproppen en morsige glazen. Verscheidene exemplaren van VZW waren zo al gedoopt met alcohol, chipsschilfers en olijvensap. Her en der zag je ook de losgekomen watermolenbladen uit de buik van de publicatie piepen, evenzeer gereed om de geest te geven. Waar was het respect voor het boek? De eerbied voor drukwerk? Hoe meer de feestelijke avond vorderde, hoe meer repen er van de ziel van oud-lector Luc V. werden gescheurd. Woedend en ontgoocheld verdween hij in de avond, met medeneming van enkele onachtzaam achtergelaten exemplaren van zijn boek.

Begin juni manoeuvreerde een bus vol dansmariekes plus begeleiders zich de kleine stopplaats Zoute-Watergem op. ‘Tijd om te wateren,’ grapte de chauffeur, knikkend naar de naam op het bord. Terwijl het plasgebouwtje bestormd werd, dook hij zelf ook even het bosschage erachter in. In een overvolle vuilnisbak naast een picknickbank torende een heus boek boven alles uit: ‘Verdwenen Zoute-Waregem’. Op het gras ernaast krulden enkele bladen op. Wellicht uit dat boek. Verbaasd plukte hij het ding er even uit en bladerde wat. Het ging inderdaad ook over de naam op dat bord. De ontbrekende bladzijden lagen blijkbaar op de grond. De chauffeur haalde zijn schouders op, propte het boek terug in de vuilnisbak en wreef zijn handen grondig schoon aan zijn broek.  

Toen de dansmariekes weer bij de bank verzamelden, wees er eentje: ‘Hé! Zulke bladen lagen er ook in de toiletten. Ik heb er mijn billen mee afgeveegd, want er was niks anders.’ ‘Hé: ik ook!’ ‘OMG: Ik ook! Ik herken die foto!’

Toen de chauffeur voor de tweede keer zijn handen schoon had geveegd en zich omwendde om weer uit de struiken te verschijnen, verstijfde hij even. Dertig meter links van hem stond een man in bidhouding met zijn hoofd tegen een boom geleund, zo leek het, half naar het parkeerterrein gekeerd. Of stond hij ook te plassen? Maar… met zijn armen naast zich hangend? Misschien glurend naar de dansmariekes bij de picknickbank? Het zonlicht van mei ketste even af  op iets dat uit zijn bovenzak stak.