08-05-16

BOREN NAAR OLIE

BOREN NAAR OLIE

(HET URSINIMYSTERIE)

 

Pomm’o’Pomm was de hele maand augustus gesloten. De zaak had blijkbaar het stadsmonopolie over de ursini producten, want in alle andere delicatessenwinkels van Kortrijk stond de vermaarde ursini olijfolie gelijk aan toeten en blazen. Ofwel deden ze alsof ze de hooggeprezen olie niet kenden, ofwel daalden hun mondhoeken minachtend, ofwel schudden ze te snel van nee, ofwel probeerden ze je andere olie aan te smeren.

Sinds Annabel op restaurant in Italië een priester de hemelse geneugten had zien smaken (en hardop horen verkondigen) van simpele gekookte aardappelen en eenvoudig brood in ursini olijfolie gedoopt, had ze diezelfde olie culinair heilig verklaard. Telkens als het oliepeil in haar fles tot onder het etiket was gezakt, ging ze naar Pomm’o’Pomm voor een verse portie van dat heilig oliesel. Dat het lekkers dan ook telkens ongeveer een euro duurder geworden was, vond ze niet erg. Voor kwaliteit moest je pinnen en inleveren.

Maar nu – hoge nood – was haar fles zo goed als leeg en het was pas 14 augustus. De zaak was dicht. De andere zaken hadden Annabel in de steek gelaten. En ursini moest en zou het zijn. Ze wou zelfs twee flessen kopen, want er was er eentje jarig in de buurt – een hobbykok die van ovenwanten wist. Met zo’n fles ursini  zou ze zeker scoren. Maar het verjaardagsetentje van vriend Pilipili naderde zienderogen, eind ‘oogst’. Twee dwingende redenen dus om op pad te gaan en een queeste naar ursini olijfolie te ondernemen.

Van 15 tot en met 31 augustus stelde Angelique B. haar vagina’s tentoon in galerij Kust Ze in Doddewege, een schilderachtig dorp met witte huisjes en dito horeca in het hinterland van de kust. De keramiek kunstwerkjes vormden al jaren geen onderwerp van discussie meer, maar toch kreeg Angelique B. einde kunstzomer nog veel volk over de vloer. Kijkers, geen kopers. Haar poging om een reuzenvagina aan de bekende kerktoren op te hangen, werd geaborteerd door alle verenigingen en instanties die de schijn van heiligheid predikten. Geen sekstoerisme in Doddewege. Alleen binnen de wanden van Kust Ze konden de vagina’s gedijen.

Annabel, al jarenlang een trouwe vriendin en volger van de kunstenares Angelique B., trok op een woensdag medio augustus naar Doddewege. Op haar programma: vagina’s en olijfolie. Doddewege was immers een deelgemeente van de grote stad Brugge. Daar moest toch ursini olijfolie te vinden zijn, in de stad van pralines, kant, Japanse fotoapparaten en geklikklak van paardenhoeven? In dat Venetië van het Noorden?

Annabel had nog vier dagen om in haar opdracht te slagen. Dan was haar huidige fles leeg. Dan was culinaire vriend Pilipili het jarige feestvarken.

‘Let maar niet op de onderbroeken. Ik moet die nog…’.
Angelique knikte naar de collectie slipjes die over de rand van de keukentafel hingen. Op die tafel lagen nog enkele vagina’s-under-construction. De afgewerkte exemplaren had Annabel daarnet al in de galerij bewonderd.
‘Poëtisch hé? Sommigen vinden het choquerend.’
‘Ja.’
‘Jammer van de kerktoren. Hij, eh… zij zou twee meter groot geweest zijn. En zo rood als het Heilig Hart van Onze-Lieve-Heer.’
‘Wow.’
‘Ja, en je zou er ook de vage afdruk van Onze-Lieve-Vrouw in gezien hebben, zoals op dat schilderij hier. Gezellig in haar grot. Maar vaag, hi hi. What’s in a word, snap je?’
Angelique wees naar een tegen de muur geleund schilderij waarop in een grotachtig geheel een wazige gesluierde contour te ontwaren viel. Het kon ook een moslima zijn.
‘Mooi.’
‘Beetje heilig en geilig hé?’
‘Ha ha.’
‘De pilaarbijters hebben er een stokje voor gestoken. Voor mijn kerktorenproject, bedoel ik. Kut, hoor.’
‘Jammer verdorie. Ik had graag je schaamlippen aan de kerktoren zien bungelen.’
‘Ik ook. Een oude droom. Komt nog wel. Het middeleeuwse Doddewege zal nog opkijken. Letterlijk dan. Cava? Sigaret?’  

Twee glazen later vertelde Annabel over haar queeste naar ursini olijfolie. Het gesprek was namelijk de richting uit gegaan van de Doddeweegse horeca, die  uitdrukkelijk aanwezig was in dit fraaie dorp, dat zo wit zag als een tafellaken.
‘Nog vier dagen, zeg je?’
‘Ja, de tijd dringt. Pilipili is een goeie vriend. Hij zal het bijzonder weten te appreciëren. Ursini olie behoort tot de top. Maar als ik in Brugge niets vind… ’
‘Dan gebruik je maar je kutsap, meid. Luister naar de raad van een erkende vaginiste.’
‘Hi hi hi’. 
‘Afkolven en op flessen trekken, drie dagen lang. Pittige smaak, heerlijke smeerboel, gladde glibberigheid. Vraagt om eerlijk dagelijks brood of een simpele patat – het droge tegenwicht voor dat heilig oliesel.’
‘Je bent een echte kunstenares, Angelique. Je zou ook boeken moeten gaan schrijven.’
‘Mijn schaamlippen zijn niet verzegeld, Annabel. Gaat en doorkruist Brugge. Voorwaar, ik zeg u: gij zult olie vinden! Venetië kan niet op één dag zinken!’
‘Ik hoop het, verdorie.’
‘Hier: neem een kutje mee. Cadeau van mij.’
‘Maar… ‘
‘Toe: neem maar. Weigeren is kutschennis.’
‘Dank je.’
‘Kust ze. Hi hi hi! Hier!’
Angelique B. wikkelde behendig een vaginaatje in de voorpagina van de Doddeweegse Bazuin.
‘Asjeblief. Een voorvagina.’
‘Ha ha! Moest je niet gedaan hebben. Merci. Ik geef het een mooie plek.’
Het ding verdween in de dieptes van Annabels handtas.
 
Na een broodje scampi met het grondsop uit de fles cava verliet ze de galerij der bloedrode, flamingoroze en vleeskleurige schaamlippen in het verblindend witte polderdorp en reed hoopvol naar de stad der witte zwanen.

Boren naar olie in Brugge. Annabel parkeerde haar auto aan de periferie. Na een kwartier stappen werd de aanslibbing van toeristen zo dik dat ze bijna niet meer vooruitkwam. Van en op het trottoir huppend stak ze er wat meer vaart achter, ondertussen de vitrines en etalages screenend op een mogelijk Italië-gehalte. Na anderhalf uur struinen leek het een vruchteloze expeditie te worden. Delica, Oil & Vinegar, Dille & Kamille, Pasta Si en Pasta La, Huppeldepasta, Huppeldepepe of hoe ze ook mochten heten, pizzeria’s, restaurants, bistro’s, delicatessenshops: noppes.

Ursini was van de wereld verdwenen.
Er was een vloek over ursini uitgesproken.
Er rustte een taboe op ursini.
Het u-woord stootte alom op ontkenning.
Het Venetië van het Noorden was een ursiniloze stad.

Moedeloos ging Annabel met een witte wijn op een terrasje zitten, in een kalme straat achter de oude stadsschouwburg. Hier dokkerden de toeristenkoetsen niet om de haverklap voorbij.
INDIAN – THAI AFRICANS FOOD prijkte het krakkemikkig op een raam aan de overkant, vlak naast het grote theatercafé. Het winkeltje was op deze klaarlichte zomerdag verlicht als een bordeel. Een sigaret lang bleef Annabel zitten, terwijl ze van iedere voorbijkomende vrouw of meisje de schaamdriehoek taxeerde. Dat waren er niet zoveel. Het was een rustige buurt.
Angelique zou ook een fotoboek kunnen maken, dacht ze. Titel: V. De bedekte schoot der vrouwen. Verhulde vagina’s. Lage streken. Voila: daar had ze al haar eerste boekpublicatie. Annabel staarde naar de S van AFRICANS.
‘Urini’, mompelde ze. ‘Hi hi’.
Toen stak ze de straat over.

Een vrouwtje uit het Andesgebergte verscheen als een djinn tussen een massa rommelige winkelwaar en ging postvatten achter een regiment dozen met snoep – voorheen een toonbank. In een van de dozen lagen in rijtjes van zes een aantal grillige bloedrode winegums die sterk aan het werk van Angelique B. deden denken.
‘Goede dag’, groette de zaakvoerster in vlekkeloos Brugs.
Annabel knikte en viel met de deur in huis: ‘Hebt u ursini olijfolie?’
‘Olie?’
Het vrouwtje wees in de richting van een onooglijk loopgraafje tussen de hooggestapelde rekken.
‘Daar een grote keus. Gaat even kijken.’
‘Dank u.’
Annabel dook het gangetje van de ansjovissen en de kokosproducten in en belandde warempel – in gebogen houding – bij een assortiment huishoudoliën in plastic en blik verpakt.  
‘U vindt het?’ klonk het van achter de snoepwering.
‘Ja hoor.’
Tweemaal zeilden haar blikken over het aanbod, voldoende om ontstentenis aan ursini olijfolie te constateren. Only Indian-Thai Africans Food.
‘Verdomme.’
Ze trok zich terug uit de loopgraaf, schudde haar hoofd en haalde haar schouders op.
‘Nee? Geen urani? Niet?’
‘Nee.’
In een opwelling wees ze naar de winegums.
Give me six… eh… Ik neem zes van die dingen.’
‘Zes?’
‘Ja.’
’Vijfentachtig cent.’
Pas toen Annabel met twee vingers het gevraagde uit het smalle dijzakje van haar jeans opduikelde, realiseerde ze zich dat ze haar handtas niet meer bij zich had.
‘Verdomme.’
‘Eh?’
‘Sorry. Alstublieft. Een euro. ’t Is oké. Hou maar.’
‘Dank u.’
Ze graaide het papieren zakje zowat uit de handen van het snoepvrouwtje en haastte zich naar buiten. De tas stond er nog, aan de overkant op het terrasje:  precies zoals ze die achtergelaten had, op de stoel naast het tafeltje met het lege wijnglas, dat blijkbaar nog altijd niet afgeruimd was.
‘Oef!!’

Annabel stak andermaal de straat over en ging uit pure dankbaarheid jegens een heleboel goden en godinnen weer op dezelfde plek zitten.
Het niet-vinden van ursini olijfolie was een vloek.
Het weervinden van haar handtas was een zegen.
De dingen hielden elkaar in evenwicht. 
‘Nog eens hetzelfde a.u.b.’
‘Witte wijn?’
‘Ja.’
Ze controleerde de inhoud van haar tas. Alles was oké. Ze plukte een winegum uit het papieren zakje en stopte de rest in de tas. Ze bestudeerde het zoete ding even en stopte het dan in z’n geheel in haar mond. Kauwend monsterde ze de bordeelverlichting van de winkel – wellicht haar laatste halte in de queeste naar ursini olijfolie.
‘Alstu. Dat is dan nog eens twee vijftig hé.’
‘Alstublieft.’
Annabel wachtte tot de vrouw weer naar binnen ging en nam toen een fikse slok van haar wijn. Daardoor schoot ongewenst en onverwacht met een soort van hikkramp ook de winegum diep haar keel in, waar hij vervolgens ter hoogte van haar luchtpijp vastliep. Annabel patste ijlings het glas op tafel neer, schokte met haar bovenlijf vooruit, hoestend, schrapend, kokhalzend, stikkend. Vervolgens bracht ze alleen nog gepiep voort. Ze zakte van haar stoel op haar knieën en greep met beide handen naar haar keel in een wurggebaar. Haar tafeltje wankelde; het glas viel aan diggelen en de rest van de wijn zocht zich een weg naar de rand.

Helaas voor Annabel was dit een kalme straat achter de oude stadsschouwburg. Zowel de vrouw met het wisselgeld als het winkelvrouwtje kwamen te laat toegesneld.

Heel even werd Annabel voorpaginanieuws. De winegums gecombineerd met het in Doddeweegs krantenpapier verpakte kunstwerk vormden de vreemde ingrediënten van een verhaal dat twee betrokkenen probeerden te vertellen, maar nog vreemder leek het verband met ursini olijfolie. Had Annabel in al haar wanhoop zichzelf een heilig oliesel toegediend zonder op de olie te wachten? Het glijmiddel bij uitstek? De winegums uit Brugge werden vergeleken met hun lookalikes in galerij Kust Ze in Doddewege. Angelique B. en de zaakvoerster van INDIAN-THAI AFRICANS FOOD, in het belang van een onderzoek even bijeengebracht, communiceerden over ursini en urani. Een ontredderde Pilipili werd erbij gehaald; het viel Angelique B. in dat diens naam was gevallen in de galerij. Die kon het mysterie alleen maar raffineren: ja, hij was een gebruiker van ursini olijfolie. Niet van vagina’s: dit heeft u goed begrepen, beste mensen. Men kreeg er kop noch staart aan. De ursini olijfolie, en vooral de queeste ernaar van de afgestorvene, bleven een mysterie.

Geen kut op een kerktoren kon daar aan tornen.

De commentaren zijn gesloten.