18-03-15

DE HANDEL WAARVAN GIJ SLAPTE VREEST

‘DE HANDEL WAARVAN GIJ SLAPTE VREEST’

Koning Fahd van Saudi-Arabië verliet medio zomer 2005 deze materiële wereld van gouden deurknoppen en champagnedouches. Hij ging de profeet Mohammed groeten, wiens doodskist tussen hemel en aarde zweeft. Ook de benzineprijzen stegen wat.

De dood van koning Fahd was een lelijke streep door onze boekhouding. Wij leverden immers al 23 jaar lang de geluidloze gordijnrails voor zijn paleizen en buitenverblijven (nou: het waren eerder binnenverblijven) wereldwijd. We hadden een patent op die dingen. En op nog andere zaken, waarover straks meer.

Ooit was dat contract opgemaakt hier in onze firma ROEVERSIL te R., hartje middenstands-West-Vlaanderen (Vermandere, Roeselare, Silence). Koning Fahd betaalde ons royaal, een koning waardig. Hij stipuleerde er ook een voorwaarde bij, zoals koningen wel eens vaker wensen plegen te uiten. We moesten ons één exemplaar van de Heilige Qor’aan aanschaffen en dit in onze logeerkamer deponeren, voor het geval hij ooit nog langs wenste te komen. Dat deden we dus. In de Standaard Boekhandel te Roeselare kochten we de Nederlands-Arabische versie. Het was een handig zakformaat. We brachten het onder op de nachttafel in onze logeerkamer, waar de gordijnen ook uitgerust waren met geluidloze rails van ROEVERSIL. Koning Fahd is in levenden lijve echter niet meer bij ons verschenen. Het bleef bij die ene, contractuele ontmoeting in onze firma alhier, 23 jaar geleden. We zagen hem wel af en toe op tv: een streng gedrapeerde heerser,  foureyes, die ogenschijnlijk weigerde ouder te worden.

(De geluidloosheid van onze gordijnrails even terzijde gelaten: dat Fahd een punt maakte van zijn gordijnen, verwonderde ons niet. Hij was zelf permanent omhuld en gedrapeerd. Zijn begrafenis bijvoorbeeld was een explosie van textiel).

De Heilige Qor’aan bleef onaangeroerd in de logeerkamer met de geluidloze gordijnrails liggen. Telkens we de vreugde smaakten gasten te hebben die aan overnachten toe waren, verstopten we het boek in een safe. Daarna legden we het terug, als een magneet voor Zijne Hoogheid Fahd. Helaas, nu was de man van ons heengegaan.

De wahabiet Fahd had een lawaailoos leven geleid. Hij kon over zoveel geld beschikken dat hij stilte kon kopen. Hoewel het er in de moslimwereld vrij rumoerig toegaat, en dit met een stugge regelmaat, heiligde koning Fahd de stilte. Daar heeft hij nu alsnog geen problemen meer mee. Tijdens zijn bestaan op deze aarde hielp onze firma hem daarbij. We hadden hem bijvoorbeeld nog andere opties voor te leggen, mocht hij ooit bij ons opgedoken zijn. Inventieve opties waren het, waarbij volumeknoppen overbodig waren: stille bubbelbaden (water in beweging kan zowel geruststellend als irritant zijn, cf. het geklater van een fontein dat net zo goed gekletter kan worden), stomme keukenrobots (een soort placebo’s voor eunuchen) en zelfs, via de bevriende firma ROVERO-WEST, geruisloze Rolls-Roycemotoren voor zijn mobiele vloot.  Waarschijnlijk had Fahd het verder te druk om op onze nieuwe voorstellen in te gaan.

Het was dus vooralsnog wachten geblazen op de halfbroer Abdullah, die het laatste decennium eigenlijk al de feitelijke heerser over Saudi-Arabië was, getuige daarvan diens buitenlandse zakenreizen. Zou hij een degelijke opvolging verzekeren en ook opteren voor geluidloosheid alom in zijn vertrekken, mochten de oude systemen aan vervanging toe zijn of mochten er nieuwe panden en verblijven ingericht moeten worden?

Ik zat die zomer toch ietwat met de tenen tegen elkaar, in mijn hoedanigheid van zaakvoerder van ROEVERSIL, dat 21 mensen tewerkstelde. Op een ‘onbewaakt’ ogenblik in de zomervakantie – de firma sloot drie weken lang haar deuren – sloeg ik de Heilige Qor’aan op een willekeurige bladzijde even open en ik las:

‘Zeg: “Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet”’.

(Attaubah, hoofdstuk 9, vers 24)

Ik wachtte dus.

Ik wachtte in alle stilte.

In de coma van diezelfde zomer nog slaagde ik erin met mijn rechterhand een vlinder te vangen. Dat gaf me recht op een wens, op voorwaarde dat ik hem weer vrij liet, richting Grote Geest, zoals bij de indianen. Zo gebeurde. Ik was op de hoogte van de vlinderlegendes: de Azteken beschouwden ze als teruggekeerde gesneuvelde krijgers, en in Bath Royal Theatre (Engeland) keerde de in 1947 tijdens de repetities gestorven regisseur op gezette tijdstippen in de vorm van een vlinder terug op de bühne. De vlinder bevatte dus een menselijke ziel.

Mijn gedachten vlinderden die namiddag ook even uit naar de periode van de vlinderjuwelen.

De associatie met deze luxeproducten deed zich natuurlijk voor via koning Fahd, zijn dure gewaden en zijn geluidloosheid.

Twee dagen later, ik zweer het u: twee dagen later zag ik op CNN hoe koning Abdullah een bezoek bracht aan het Butterfly Sanctuary in Kuranda, Australië.

Ik vreesde niet langer de slapte van mijn handel.

14-04-13

THE STORY OF MY STORIES

THE STORY OF MY STORIES

                                                                                                            ‘Happy people have no stories’

 

Mijn verhalen publiceer ik doelbewust digitaal. Voorheen verschenen die in papieren literaire bladen en magazines: DW&B, Yang, Nieuw Vlaams Tijdschrift, De Brakke Hond, De Gids, Hollands Maandblad, Lava, Oikos, De Muur, Kreatief, Knack, Passionate, Digther, Apollo, Deus ex Machina, Diogenes, De Vlaamse Gids, Mens & Gevoelens, De Tijdlijn, La Ligne de Temps… en in diverse bloemlezingen in België en Nederland.

Uitgevers zien doorgaans geen brood in de publicatie van verhalenbundels. Ze verkiezen de langere adem van de roman. Nochtans lijkt een verhaal de ideale literaire vorm te zijn in deze jachtige tijden, zowel voor de schrijver als voor de lezer. Vandaar mijn keuze. Terwijl de papieren verhalen in de literaire bladen en bloemlezingen ruimte in beslag nemen, vergelen, opkrullen, verstoffen, weggegooid, samengeperst of verbrand worden in de definitieve vorm die ze altijd hebben gehad, maar slechts zelden een ‘echt’ boek werden, leven mijn digitale verhalen eeuwig verder, niet onderhevig aan ruimte, tijd, zon, regen, wind, brand, Celsius, Fahrenheit, morskoffie, yoghurtblubber, mayonaisemalaise, theeterreur, verhuiswoede, scheurdrift, verlies, ketchupaanslagen, ouderdom… en met kansen op een update zo dat nodig blijkt te zijn.

Vergeef me deze laatste overloaded sentence, die eerder in een langdradige roman dan in een short story thuis lijkt te horen.  

PS Het beeldverhaal ROUGH & TOUGH is getekend door Michèle Millecamps en geschreven door ondergetekende:

Joris Denoo, aka Sjors DNO, Bärbel Urquhart, Eric Otonne, Geraldine Roslare, Erica Wrangel, Bjarne Donderdag, Marius Vanthomme.

PS bis Recent voegde ik een aantal verhalen toe: Play it (again), Sam, Allojjo, Rouwkop, Frietpeace, Spa, Vaert wel, Essence, Kijkgelijken, Martelaar, Beschaving Waterstaat, Windmolentje, De moord op Killmouski, Woede, High Noon in Nieuw-Vennep, Moeskopper, Blinde vink, De Chinees, Blaesstraat/Rue Blaes, Dood, Verslag gevonden in een linkerlaars gemaakt van hondenvacht, Boren naar olie, Moord in Memory Lane, Jack-o'-Lantern, De waardigheid van het beroep, Acetijd, Weerzien en Lullaby. Ook enkele minder vreselijke verhalen vinden hier een onderdak.